Godsbeeld -Protestants. (Inleiding in De Brug, Lier.) 18 mei 2008.
Jozef in de put geworpen, door zijn broers. (Gen. 37:12-36) Wat zegt dit verhaal over mijn Godsbeeld?
Dit verhaal is mij van jongsaf verteld op de protestantse zondagsschool. In een dorp waar het voor mij prettig en veilig leven was, op een boerderij, zag ik in gedachten hoe Jozef bij ons in de buurt, aan de rand van ons korenveld, verscholen onder een rij bomen langs de weg in de put geworpen zat. Ik kon niet anders dan mij voorstellen dat ergens boven dit tefereel een troostende God aanwezig was die tegen Jozef zei: rustig maar, je bent niet alleen, IK ben bij je.
Zoals u nog wel kan horen, ben ik uit Nederland afkomstig. Bijna vijf jaar ben ik nu predikant in een protestantse gemeente in Mechelen. Ik wil u kort meenemen langs enkele godsbeelden die mij hebben vergezeld samen met het beeld van de troostende God ergens boven ons. God is overigens sowieso een vraag, maar dat weet u; daarom drie thema-vieringen.
Drie jaar geleden hebben we in Mechelen als protestantse gemeente samen met VormingPlus een bijeenkomst gehouden over het onderwerp pluriforme samenleving, naar aanleiding van het boek Ander Geloof van Steve Stevaert. Verrassend vind ik van Stevaerts boek dat Steve zo´n duidelijk en nadrukkelijk appèl doet om werk te maken van de pluriforme samenleving. En naar wat ik op de betreffende bijeenkomst gehoord heb aan diverse opmerkingen en vragen uit het aanwezig publiek concludeer ik dat hij groot gelijk heeft. Want: wát een spanning bestaat er (nog) in Vlaanderen tussen christelijk en socialistisch, en ook tussen vrijzinnig en christelijk! Daar moet echt wat aan gedaan worden, lijkt mij. De oude verzuiling moet doorbroken wor-den, anders blíjven deze tegenstellingen de Vlaamse politiek beheersen. (En wie loopt er als derde lachend met de buit weg?!)
Godsdienstige genootschappen een kans geven, het lijkt niet echt een issue bij vakbonden en politieke partijen die in de ´socialistische´ zuil zitten, evenmin als bij de liberalen. Nochtans doet Steve dus uitnodigende uitspraken. Zeker om gematigde moslims en progressieve christenen en mensen van goede wil -samen- het voordeel van de twijfel te geven. Ik wil als protestant dit nogmaals graag onderstrepen; het is noodzaak. Aan het eind kom ik er op terug. Ik ga nu naar mijn gang door een stukje protestantse godsgeschiedenis in Nederland, Duitsland en Vlaanderen. Ik heb daarmee kennis gemaakt door mijn godsdienstige praktijk en door theologie-studie in de jaren ´80. Als van-huis-uit-protestant -van boven de Maas en de Rijn-, zou ik theologie kunnen gaan studeren aan een algemene universiteit, niet aan een kerkgebonden faculteit. In de protestantse stroming waarbinnen ik ben opgegroeid is het goed gebruik om te studeren aan een zo-genoemde openbare wetenschappelijke opleiding. Ik had echter, toen ik de studie wilde gaan beginnen, geen klassieke vooropleiding. Wel was ik even als leraar werkzaam geweest in het lager onderwijs en daarna als arbeider in een fabriek. Het was precies de ervaring in de fabriek die mij in de richting bracht van theologie te willen studeren. Ik vroeg mij af hoe het komt dat de kerk en de arbeider elkaar niet of nauwelijks kennen.
Goed, ik wil theologie studeren, maar de enige opleiding die voor mij wel toegankelijk bleek, was een katholieke, in Utrecht. Daar kon men aan de studie beginnen en gaandeweg de be-nodigde klassieke talen leren. Bovendien was dat toen een opleiding waarbinnen heel na-drukkelijk kritische vragen gesteld werden, zoals ik die zelf ook had. Het was in de tijd dat prof. Schillebeeckx in Nijmegen zijn verrassende inzichten publiceerde. Na het doctoraal afgerond te hebben, heb ik de kerkelijke opleiding tot predikant vervolgens gedaan aan de protestantse opleiding die verbonden was aan de universiteit van Amsterdam. Ter uwer informatie: In Brussel is ook een protestantse universitaire predikantenopleiding.
Wat ik leerde en waarvan ik u hier een klein stukje zal doorgeven, is het volgende.
Sinds de Verlichting en de Franse Revolutie trekt de mens al meer en meer weg uit de on-mondigheid naar autonomie. De mens leert om alle grote problemen zelf op te lossen, zonder de werkhypothese ' god' (we hóeven ons geen god te denken). Dat betekent het wegvallen van de theocratie, of eigenlijk van het kerkelijk gezag over de wetenschap. In de liberale theologie van de 19e eeuw, het modernisme, resulteerde dit in de reductie van de plaats van God. Er is geen god daarboven, daarbuiten, die heerst over wereld en mens. Er is geen scheiding tussen natuur en bovennatuur, geschiedenis en heilsgeschiedenis, politiek en geloof, verlossing en bevrijding. Deze theologie laat menselijke ervaring als theologisch criterium toe. (Schleiermacher:) de oorsprong van de godsdienst ligt in het gevoel dat in ieder mens aanwezig is. Christendom is dan een variant geworden, een van de algehele en algemene godsdienstigheid. Dit is in overeenstemming met de geest van de tijd: geloof in wetenschap, vooruitgang, cultuur of het bereikbare godsrijk.
Dan, al vóor de crisis van de jaren 30, protesteerde de protestantse theoloog Karl Barth fel tegen de gevolgen van de opvattingen van de moderne theologie. De mens moet zich niet meester maken van God. Er zijn geen direkte uitspraken te doen over God. Al het aardse staat onder het oordeel van God. Barth legt sterk de nadruk op de rechtvaardiging door geloof alleen. De mens kan dat niet zelf. Later plaatst hij het kritisch principe van God ´de gans Andere´ tegenover de diktatoriale fascistische macht. Want dát is wat de mens kennelijk voortbrengt.
Bonhoeffer, een Duits protestants dominee, deelt deze visie van Barth. Hij vindt echter dat Barth de wereld, de mens met dit theologisch concept aan zichzelf overlaat -God op zo grote afstand-. Bonhoeffer wil een brug slaan tussen enerzijds de liberale, religieloze cultuur (het gesekula-riseerde westen) en anderzijds het Woord van God. Voor hem betekent dat: Christelijk geloof kent geen andere en 'eigenlijke' werkelijkheid buiten of boven de aardse geschiedenis. Omdat de mens en de wereld zelfstandig zijn geworden, moet deze mondigheid van de mens positief worden erkend en aanvaard. Het gaat om de weg van het 'volk van God' in de aardse geschiedenis in dienst van de ge-rechtigheid, en niet om het individuele heil. Het gaat om de ene, hele wereld en de hele cul-tuur, om de hele mens en niet om een vlucht in de innerlijkheid, niet om een buiten-wereldse vrede met God, niet om een antwoord op onze laatste vragen. Wij moeten ophouden de woorden van de bijbel metafysisch en individualistisch uit te leggen. Bonhoeffer geeft een aanzet tot een theologie van de praxis waarin geloof tendeert tot navolging van Christus, tot deel hebben aan Gods lijden aan de goddeloze wereld.
Terwijl dus de liberale theologie bij de mens begon en Barth bij God, gaat Bonhoeffer uit van Jezus Messias. Hij overwint de burgerlijke theologie door de verschuiving van het perspektief van een almachtige God naar een lijdende God. Bonhoeffer komt -zo kunnen we zeggen- tot niet-religieuze, wereldse interpretatie van bijbelse begrippen als boete, rechtvaardiging, wedergeboorte en heiligmaking. Christen-zijn kan zo verstaan worden als solidariteit met verdrukten en gediskrimineerden. 1 We spreken dus over een theologie van in de jaren 40 van de vorige eeuw; waarmee ik kennismaakte in de jaren 80. En ik was opgegroeid met een god die ergens boven ons zweeft.
Als ik me verplaats in de positie van Jozef in de Genesis-tekst dan is dat godsbeeld zeker troostend. Maar als we horen dat vader Jacob zich niet kan laten troosten en zegt ´in het dodenrijk te willen afdalen´ naar zijn kind, dan hoor ik daar toch eerst een heel groot vraagteken bij dat troostende godsbeeld. Ik zal er zometeen nog iets over zeggen.
Als -na de tweede wereldoorlog, in de jaren zestig- de verwachtingen van velen in Europa niet uitkomen (geen grotere sociale gelijkheid, wel Vietnam-oorlog, ..) dan concluderen sommige theologen in Europa dat het niet meer om 'de' mens gaat -zo´n algemene categorie-, maar dat het om groepen, klassen, rassen moet gaan. De nieuwe theologie zal handelen over konkrete situaties en gebeurtenissen. Ze laat de wereld zien in zijn materiële tegenstellingen. Deze theologie is een reaktie op de individualistische heils-verwachting van na W.O. II. (Van het existentialisme. Men hoopte toen op de verschijning van een andere, betere mens. Niet de natuur of de natuurlijke wereld, maar het is -toch- de mens-zelf die de weg is naar God.)
In de nieuwe stroming gaat het om zelfkritiek, door de theologie. Deze theologie staat in een kritische en polemische verhouding tot de bestaande maatschappij, de historisch gegroeide situatie van dat moment. Ze helpt groepen christenen te komen tot politieke stellingname; verdergaand dan de individuele ´navolging-van-Christus´ van Bonhoeffer. Het gaat om het in beweging zetten van veranderingen, niet om bevrijding uit armoede en ellende maar om bevrijding uit onze rijkdom en mateloze welvaart. Het gaat om een strijd tegen onszelf. Het christendom -in de rijke landen- moet zich bevrijden uit de gevangenschap van de verburgerlijking'.
Ons probleem vandaag, zo wordt in de jaren 80 in deze stroming gezegd, is de verborgen uitbuiting die achter schijnvrijheden schuil gaat. Het evangelie ontmaskert dat en klaagt het aan. De -wat genoemd wordt ´politieke´- theologie ontleent aan het evangelie de onherleidbare belofte-van en opdracht-tot vrede, vrijheid en gerechtigheid voor allen. Haar funkties worden dus kritiek en ontwerp, ideologiekritiek en vernieuwingsmodellen. Zij heeft geen voorontwerp van een sociale orde, er is slechts de publieke en kritische praxis van christenen. Een vertegenwoordigster van deze theologie is de Duitse protestantse (Luthers) Dorothee Sölle. In deze -toch niet exclusief-protestantse- theologie wordt solidariteit tot uitdrukking gebracht. In West-Europa spreekt deze theologie vooral groepen christenen aan die zich met name richten tegen de bewapening, op solidariteit met de Derde Wereld en op behoud van de schepping. Ze kon zich goed verbinden met bevrijdingstheologieën uit Latijns-Amerika, Afrika en Azië en met de feministische theologie. God is dan dus -sekulier- te vinden in de bevrijdende praxis van diverse ´basis´-groepen. Ik heb daar zelf volop in meegedaan (en was er van overtuigd God aan mijn, nee, onze kant te hebben).
God, nog steeds: steun biedend aan de slaaf Jozef. Maar, wat kan Jacob daarmee? We horen Jacob zeggen: ik zal tot mijn zoon in het dodenrijk neerdalen. Het is prachtig wat hij daar zegt. Ja, echt. Want: we kunnen dit verstaan als: de Vader wil tot zijn kind mee-afdalen naar Egypte. Hij zal zijn zoon niet alleen laten in de ellende. Mitsra-ïm, dat staat voor Egypte, is voor de volken-rondom ´het dodenrijk´. En ja, daar zal God-de Vader zijn kind nabij zijn.
Vervolgens is er -jawel, want we zijn er nog niet- de zogenoemde economische theologie -die ín de sekuliere maatschappij toch religie aanwijst, én probeert te overwinnen-. In de visie van de Nederlandse protestant Arend Van Leeuwen zet zich theologie in als religie-kritiek. 'Theologie als ´wetenschappelijk onderzoek van religie´ is tegen de binnen-wereldse theos, tegen de heersende religie; ze ontmaskert de ´religieuze legitimering van onderdrukking en uitbuiting. 2 Deze visie is zeer ongebruikelijk, maar zoals we zagen, religiekritiek heeft in kerk en theologie een lange traditie.
In dit niet zo gebruikelijke onderzoek blijken er heden ten dage ook onder godsdienstigen, gelovigen -die menen slechts de ene God van de TeNaCh te erkennen, of van de Bijbel, of van de Qur'an, of van ...- en onder vrijzinnigen -die menen alle godsdienstigheid achter zich te hebben gelaten-, velen onderhevig te zijn aan de nieuwe religie -die te vinden is in de economie. Een nieuwe theos heerst over ons zonder dat we die als zodanig herkennen.
Voor Van Leeuwen betekent dit dat theologie a-theïstisch moet worden; ontmaskering van de theos, de religie, de afgod, is een noodzakelijke voorwaarde om de maatschappij te kunnen veranderen. Theologie gaat daarmee in op de vraag die haar gesteld moet worden: Stelt zij mensen in staat lief te hebben, bevordert zij de bevrijding van individu en maatschappij, de bevrijding van elke poging de wereld in zichzelf besloten te laten. Zet zij mensen tot vrijheid aan? We mogen dit van de theologie vragen en we mogen groepen vormen van mensen die het samen willen proberen waar te maken, als geloofs-gemeenschappen. In de bijbel is de grond van deze opvatting te vinden. Daar wordt de geschiedenis verteld van een -telkens herhaalde- doorbraak door de bancirkel van de religie, gehoor gevend aan de messiaanse oproep úit te trekken zonder dat je weet waar je uitkomt'. Het verhaal van Jozef vertelt het begin van hoe uiteindelijk het hele volk in het dodenrijk is terecht gekomen. En we krijgen te horen -later- dat God daar steeds nabij is. Jacob is daar steeds zijn zoon nabij, de God van Jacob is een God die zal bevrijden uit slavernij, uit dood. Dat mogen we doorheen de tranen horen.
Onlangs is in de wereldwijde protestantse traditie een belangwekkend kerkelijk document gepubliceerd, de zogenoemde Belijdenis van Accra. 3 Een document waarmee ook de Kerken in België maatschappelijk relevant kunnen spreken, over de heersende (wereldwijde) economische orde -die tegelijkertijd rijkdom voor enkelen produceert én grote armoede voor velen; ook in ons eigen land. -En dat onder het mom dat het nu eenmaal niet anders kan, dat er geen andere mogelijkheid is. -Dit is dus goedpraten dat de afgod offers verlangt. Waarom wil men spreken? Omdat de heersende tendensen -die ook binnen ons eigen Vlaanderen zichtbaar zijn- fundamenteel ingaan tegen bijbelse principes van gerechtigheid en vrede. We leren uit de Bijbelse verhalen dat er een God is die uiteindelijk sterker is -en zal zijn- dan de goden aan wie de mensen zich telkens weer uitleveren, of aan wie ze uitgeleverd worden. Deze God die herkenbaar is in zowel het Oude als het Nieuwe Testament, zowel in de Joodse als in de Christelijke traditie dus, zoekt de mondigheid van de mensen, maakt openingen om weerbaar te zijn tegen af-goden.
Met dit laatste zeg ik impliciet iets over het moderne Godsbeeld dat in deze protestantse theologie naar voren komt. (Theologie ontwikkelt zich; in de maatschappij, in de wetenschap zijn ontwikkelingen gaande; ook het bevrijdende karakter van God evolueert mee. 4 )
Een voorbeeld van hoe voor mij God -met een vernieuwd godsbeeld- past in en van belang kan zijn ook voor de komende tijd, heeft te maken met de volgende vraag: Hoe denken wij -nu- dat geschiedenis gebeurt?, en zegt dat iets over hoe we de toekomst zien?, en over ons godsbeeld en mensbeeld?, is het zo dat de loop-der-dingen zich lineair voltrekt, is geschiedenis iets als natuurlijke ontwikkeling, waar we een boven-natuurlijke macht maar zn gang moeten laten gaan; is het zo dat we dus steeds meer en steeds beter weten en kunnen en begrijpen aan de hand van de god binnen de huidige gangbare, heersende, in zichzelf besloten economische wereld?
Nee, ´natuurlijke ontwikkeling´ verloopt niet volgens de boven-natuurlijke logica van ´vertrouw maar, het komt wel goed als we die vrije-markt-god maar zn vrije gang laten gaan´. Waar het met ons, met de wereld naar toe gaat, zal afhangen van botsingen, breuken, wendingen, ... en daar moeten we /kunnen we zelf actief een rol in spelen. En die ´we´dat zijn dan nu progressieve christenen, liberale joden, gematigde moslims en andere mensen van goede wil.
Deze kijk op geschiedenis en op de rol van mensen sluit aan bij een ander Godsbeeld en een ander mensbeeld. In de joodse denktraditie is heel goed denkbaar dat God een God is die inbreekt in de geschiedenis . We zien met Van Leeuwen dat in de bijbel de geschiedenis verteld wordt van een -telkens herhaalde- doorbraak door de bancirkel van de religie, gehoor gevend aan de messiaanse oproep úit te trekken zonder dat je weet waar je uitkomt . Abraham werd geroepen naar Gods toekomst, Israel werd opening geboden om uit het dodenrijk weg te trekken, via Jezus wordt de volken toevertrouwd om dood te overwinnen.
De protestantse traditie waarin ik al jaren mee-wandel, probeert kritisch-opbouwend in de samenleving een rol te spelen. Het houdt in dat we zelf moeten veranderen, toekomstgericht moeten zijn, oude beelden over God en mens moeten bijstellen, steeds met nieuwe ogen de Bijbel mogen lezen. 5
Het moge duidelijk zijn: die God die ik heb overgedragen gekregen via het verhaal van Jozef is nog steeds een God op wie ik kan vertrouwen, is ook een God die aan zijn mensen zijn toekomst toevertrouwt, is een God die daartoe weerbaar maakt -tot in de dood, ja zelfs door de dood heen-.
Voor mij betekent het dat we kritisch moeten zijn op de tekenen van de tijd. Ik denk bv, dat we er op verdacht moeten zijn dat de huidige economische transformatie helemaal niet zo vrij verloopt, maar dat die gestuurd wordt, naar een post-industriëel, een zogenoemd 'techno-tronisch', tijdperk. Teken van de tijd is dat er groepen mensen in onze samenleving zijn die belang hebben bij angst, die het nodig hebben dat er tegenstellingen verscherpt worden tussen mensen. En men gokt erop, vertrouwt erop ´in the end´ als de sterkste te zullen rechtstaan. Daartegenin zullen de diverse levensbeschouwelijke organisaties moeten samenwerken. De waarden die de diverse levensbeschouwingen -godsdienstig en humanistisch- hebben gevonden en opgebouwd, zullen we in gezamenlijke verscheidenheid moeten verdedigen én doorgeven aan de volgende generatie. Die waarden -van gerechtigheid, vrede en integriteit van de schepping- blijven niet vanzelf bewaard, we zullen er wat voor moeten doen!
Ik wil -tenslotte- dan ook pleiten voor een interlevensbeschouwelijke dialoog. Niet alleen een inter-religieuze dialoog, maar een interlevensbeschouwelijke -zoals door Stevaert bepleit. Zeker om gematigde moslims en progressieve christenen en mensen van goede wil -samen- aan de toekomstige samen-leving te laten bouwen.
Zo, we zijn vanuit de liberale voorgeschiedenis via protestantse doorzichten uitgekomen bij de oecumene, de oiku-mene, alle-mensen-éen.
Zo moge het zijn!
(Gerrit Buunk) http://www.zandpoortkerk.be
1 . Dick Boer. Geschiedenis van de protestantse theologie van de 19e en 20e eeuw in Europa -in: Protest tegen een verkeerde wereld. Voorburg/Zoetermeer. 1991.
2 . A.Th. v. Leeuwen. Op weg naar een ekonomische theologie. Tijdschrift voor Theologie. 1973-4.
3 . De Belijdenis van Accra. WARC, algemene vergadering, 13 08 2004.
4 . Precies daarover is een boek verschenen; C. Ter Linden. Wandelen over het water. 2004.
5 . Recent verschenen: Het protestantse ongeloof. N. Bakker e.a. 2004.